Interview met: Dirigent, saxofonist & solozanger Jori Klomp

  1. Wat was uw motivatie om met koordirectie te beginnen?

Per toeval. Tijdens mijn middelbare school periode was ik actief met muziek bezig, toen een Duitstalig – Belgisch  koor op zoek was naar een dirigent. Ik was 17 jaar, had nog nooit voor een koor gestaan, zong zelf wel al in een jeugdkoor in Malmedy, maar ik ben de uitdaging aangegaan en ben aangenomen. Zingen zie ik als instrument waarmee je het meest kan raken: puur, direct en oprecht, met name in groepsverband, het verbind.

  1. Wat en/of wie inspireert u?

Wat mij inspireert is hedendaagse moderne koormuziek én ( heel ) oude muziek. Ik heb wat minder met klassieke- en romantische muziek. Ik hou van eerlijk, eenvoud en puurheid; een directe betrokkenheid van de muziek bij je emoties. De eigenheid kunnen en mogen toelaten, de vrijheid om er zelf interpretatie aan te geven.

Wellicht omdat ik zelf countertenor ben, inspireren o.a. Andreas Scholl, David Daniels(countertenoren) mij en Nathalie Stutzmann (alt).

  1. Over welke eigenschappen moet een dirigent beschikken?

Op de 1e plaats over sociale vaardigheden. Daarnaast communicatief open, pedagogisch en een sterke eigen mening hebben waar je achter moet blijven staan. Zangers moeten begrijpen waar je mee bezig bent, wil je ze meekrijgen in het proces. –> vertrouwen creëeren.

Verder muzikale diepgang en een goede stemtechniek. Absoluut belangrijk. Omdat ik zelf zing, ben ik tegen een aantal dingen opgelopen die mij daardoor meer inzicht hebben gegeven hoe een zanger goed te begeleiden. Ik neem ook de tijd goed met het koor in te zingen. Thuis inzingen kan natuurlijk ook, maar dat is anders dan gezamenlijk inzingen. Het geeft je de kans er allemaal weer even in te komen, en de balans te vinden die nodig is. Ik hou niet van noten ‘vreten’. Oefenen waar  op dat moment je focus ligt.

Concentreren, een spiegel voorhouden, focussen.

Naast de ‘veilige; stukken ook nieuwe dingen doen om uit te lokken en zangers vaardiger te maken voor de dingen die ze (nog) niet gewend zijn om te doen.

Als het koor het repertoire kent, dan leg je de lat hoger om de concentratie vast te houden. Zo wordt het geheel naar een hoger plan getild.

Ten slotte het creëren van een eigen klank.

  1. Wat is voor u het meest lastige aan uw vak?

(Sociale) balans binnen de groep creëren. Je hebt te maken met verschillende persoonlijkheden, met verschillende achtergronden die uit verschillende richtingen komen. Om die gelijk te krijgen qua energie en balans is heel lastig. Je bent constant bezig met: wie moet ik intomen, wie uit de tent lokken. Persoonlijke aandacht is heel belangrijk voor het ontwikkelen van goede klank – de inbreng van de eigen identiteit – die weer bijdraagt aan de totale klank. Deze verantwoordelijkheid probeer ik steeds meer bij henzelf te leggen: ze moeten op zoek gaan, in de spiegel durven kijken, etc. Dat eist van mij dat ik open en transparant werk. Transparantie betekent dat leden ook vragen mogen hebben en kunnen stellen. Bij een groot koor gaat zoiets niet. Bij het instuderen van bepaalde werken merk je dat het voor sommige stemmen een opgave is, ook omdat het desbetreffende werk b.v. verder van hen afstaat, of omdat de ligging voor de stem niet prettig is. Het is dan een uitdaging om dat recht getrokken te krijgen. Zingen is een uitdaging omdat je de confrontatie met jezelf moet aangaan wil je het onderste naar boven halen. Ik vind het belangrijk om dat goed te (kunnen) begeleiden. Daar neem ik ook de tijd voor, soms door voor iemand extra tijd vrij te maken.

  1. Welke ontwikkelingen binnen uw vak spreken u aan?

De hoeveelheid nieuwe composities die gemaakt worden is een uitdaging voor mij. Verder zit ik nog niet zo heel lang in het vak.

  1. Welke eisen stelt u aan uzelf?

Goede voorbereiding. Mezelf doelen stellen voor de repetitie. Overdracht. Leden moeten begrijpen waar we aan werken. Ze moeten zich kunnen inleven in de muziek en ik wil grenzen opzoeken. Je moet je koor kennen en stukken uitzoeken waarbinnen ze kunnen werken met hun stem. Structuur bieden, veel overleggen, repertoire kennis/achtergrond

  1. De muziek dicteert de wijze van uitvoering, toch is geen enkele uitvoering hetzelfde. Wat voegt uw persoonlijke visie, cq overtuiging, toe aan het uit te voeren muziekstuk?

Ik ben klankgeorienteerd. Alles gebeurt vanuit klank. Als dat niet goed is, ga ik geen stap verder.

Ik ben niet bang af te wijken van een muzikale tekst of eigen interpretatie toe te voegen, op voorwaarde dat het ten goede komt aan de tekst of de stem.

  1. Hoe ziet het dagelijks leven van een dirigent – in dit geval u – er doorsnee uit?

Bijna elke morgen aan het repeteren met het militair orkest waar ik werkzaam ben . Elke middag in de studio bezig met zelf zingen, repetities voorbereiden en saxofoon spelen. Drie keer in de week repetitieavond én ik ben een fan van extra repetitiedagen, dus dat komt er af en toe ook bij. In de weekenden staan bijna altijd concerten gepland. Daarnaast ga ik na de repetities en in mijn vrije tijd graag met vrienden op stap, musea bezoeken of films kijken. Ontspanning en sociaal contact zijn essentieel :).

DS3_3573

  1. Wat vraagt dit beroep van uw gezin?

Dit vak doet een groot beroep op een flexibele instelling van het thuisfront. De ene keer zijn er kalme/(rustigere/minder drukke) periodes en de andere keer heel intensieve periodes. Heel wisselend. Het is bijna een vereiste dat je directe  omgeving  ook in de muziek werkt om dit op te kunnen brengen en te begrijpen. Ook moet je kunnen ventileren.

  1. Welke aspecten wegen mee bij de afweging al dan niet een bepaald muziekstuk te gaan instuderen en te dirigeren?

Ik werk graag vanuit het eigen repertoireprogramma. Daarnaast kijk ik wat nodig is voor het koor, waar ze wat aan hebben. Als ik vind dat er beter aan de vocalen van het koor gewerkt moet worden, zal ik werk uitkiezen dat ondersteunend is voor dit doel. Goede samenwerking met de muziekcommissie is belangrijk en betrokkenheid vanuit het koor. Op die manier maken we samen deel uit van een proces dat altijd gaande is.

  1. Een koor(lid) is zeer divers qua kunnen, kennen, ambitie en opvatting. Welke inspanning moet u als dirigent leveren om iedereen gemotiveerd op één lijn te krijgen?

Vooral veel ruimte voor eigen inbreng geven en de ruimte laten om zaken ter discussie te stellen. Het vertrouwen winnen van elk koorlid is belangrijk om op één lijn te komen. –> duidelijkheid en structuur bieden is ook nodig.

  1. Wat weegt voor u het zwaarst bij een uitvoering?

De juiste inleving van de zangers m.b.t. de muziek en het meevoeren van het publiek is een must bij de uitvoering. De kunst emoties op te roepen en over te brengen, dan pas ga je genieten.

  1. Hoe bereidt u zich voor op een uitvoering?

Vanaf de 1e repetitie. Hoe meer de uitvoering nadert, hoe lager de druk ligt, omdat de koers al bepaald is en de doelen in een eerder stadium gesteld zijn. Als het repetitieschema goed is opgesteld, komt alles op tijd aan bod. Ik focus niet zo op de uitvoering. Tijdens de repetities moet het besef er bij de zangers zijn waar nog aan gewerkt moet worden. Belangrijk is het vasthouden van de concentratie.

  1. Hoe ervaart u de verantwoordelijkheid van een uitvoering?

Ik ervaar zelf geen druk van verantwoordelijkheid; ben meer gefocust op het delen van genot m.b.t. het werk dat we samen verrichten. De aandacht vestigen op al het goede dat tijdens een uitvoering gestalte krijgt.

  1. Directie is toch een eenzaam vak; hoe reflecteert u uw eigen werk?

Die eenzaamheid ervaar ik niet, want ik wissel constant uit met de zangers. Je staat soms wel alleen in de stappen die je zet, of de beslissingen die je neemt. Grote solisten, die zijn eenzaam, zitten veel alleen in hun hotelkamer rondom de uitvoeringen en rondom het repetitieproces zijn ze alleen in hun studio aan het repeteren. Ik wissel voortdurend uit.

  1. Er zijn weinig beroepen waar men zoveel applaus krijgt na een prestatie; wat doet dat met u?

Wisselend en afhankelijk van de situatie. Op zich is applaus iets dat er bij hoort; de enige manier waarop het publiek dankbaarheid kan tonen. Heel waardevol. Aan het applaus hoor je wat het met mensen doet, of het een vorm van beleefdheid is of dat het dieper gaat. Gisteren ( 22.11.2015) dirigeerde ik een koor voor het laatst, nadat ik er 7 jaar mee samengewerkt had. Eigenlijk omvatte deze periode mijn hele volwassen-worden. Het applaus deed me veel; het ontroerde me.

  1. Wat zou u uw koorleden willen meegeven?

Leer hoe je stem je dichter bij jezelf en bij je lijf kan brengen. Betrek dat er zo goed mogelijk bij. Ik denk hierbij met name aan de Lichtenberg methode. De verbinding van muziek met lichaam en geest. Ik vind het leuk de spelregels van de muziek mee te geven; met diepgang en balans aan de muziek werken. Ook is het belangrijk dat ze weten dat ik dankbaar ben voor alles wat ze hebben gegeven.

  1. Wat zou u willen adviseren aan jonge mensen die willen starten met de opleiding koordirectie?

Hou je vooral ook veel bezig met de zangstem, niet alleen met de slagtechniek. Veel autodidact. Directie zit, meer dan bij andere hoofdvakken, in je bloed, of niet. Je kunt het ontwikkelen,. Zelf heb ik geen directie gestudeerd, uiteraard wel lessen gevolgd, er zijn wel plannen omtrent het studeren.

~ Door Marjo Noordzij,
Februari, 2016

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *